Operaties bij verzakkingen
Er zijn verschillende operatiemogelijkheden voor het verhelpen van een verzakking. Hieronder worden de meest voorkomende operaties bij verzakkingen besproken.
Voorwand- of blaasverzakkingsplastiek
Deze operatie wordt uitgevoerd als de voorwand van de schede verzakt is. De gynaecoloog doet deze operatie via de schede. De uitgezakte voorwand van de schede met daarachter de blaas, die u soms als een bol in de opening van de schede ziet uitpuilen, wordt op zijn plaats teruggebracht. De gynaecoloog maakt in het midden van de voorwand van de schede de schedewand los van de uitbollende blaas en urinebuis die daaronder liggen. De gynaecoloog verkort het ruime bindweefsel rond de blaas en zet dit in het midden weer aan elkaar. De blaas kan hier nu op rusten en de verzakking verdwijnt. Daarna wordt de bekleding van de schedewand, die ook te wijd geworden is, gedeeltelijk weggenomen. De wand van de schede wordt daarna weer gehecht. Zo komt de voorwand van de schede weer op de plaats waar deze hoort te zitten en is de uitstulping verdwenen. Ook de overgang tussen blaas en urineleider is zo verstevigd, zodat u minder gemakkelijk urine verliest.
Operaties bij schedetop of baarmoederverzakking
Bij een verzakking van de baarmoeder is het bijna nooit nodig om de baarmoeder te verwijderen, in veel gevallen kan worden gekozen voor een techniek waarbij de baarmoeder aan een stevige band in het bekken kan worden opgetrokken. Dit is een operatie die via de schede wordt uitgevoerd. Deze operatie kan ook worden uitgevoerd als de top van de schede na een baarmoederverwijdering is verzakt.
Soms kan het toch noodzakelijk zijn om de baarmoeder te verwijderen. Met name als er een bijkomend probleem is met de baarmoeder, te denken valt aan bloedingproblemen. De operatie gebeurt dan via de schede. Na verwijdering van de baarmoeder zet de gynaecoloog de uitgerekte ophangbanden, na inkorting, weer vast aan de top van de schede.
Achterwand- en bekkenbodemplastiek
Deze operatie bestaat uit twee delen. Bij de achterwandplastiek wordt eerst de uitgerekte achterwand van de schede, die u als een bol in de schede ziet uitpuilen, weer op zijn plaats gebracht. In het midden van de achterwand van de schede maakt de gynaecoloog de schedewand los van de uitbollende darm die daaronder aanwezig is. Vervolgens wordt het ruime bindweefsel rond de darm ingekort en in het midden aan elkaar gezet. De darm kan hier nu op rusten en de darmverzakking verdwijnt. Daarna neemt de gynaecoloog de bekleding van de schedewand, die ook te wijd geworden is, gedeeltelijk weg. De wand wordt daarna over het bindweefsel en de darm heen gehecht. Zo komt de achterwand van de schede weer op de plaats waar hij hoort te zitten en is de uitstulping verdwenen. Dit wordt een achterwandplastiek genoemd.
Buikoperaties bij een verzakking
Bij sommige vormen van verzakking adviseert de gynaecoloog een buikoperatie. Hierbij wordt de baarmoeder of de top van de schede (na een baarmoederverwijdering) met behulp van kunststof banden vastgezet aan het bekken. De baarmoeder hoeft dan niet te worden weggehaald. Soms adviseert de gynaecoloog een buikoperatie bij een verzakte dunne darm (enterokèle) en/of dikke darm (rectokèle)
Operaties bij terugkerende verzakkingen
Soms ontstaat na enige tijd opnieuw een verzakking, dit kan een verzakking van hetzelfde orgaan zijn, maar ook van een ander orgaan. In deze gevallen wordt steeds vaker voor een operatie met kunststofmateriaal gekozen dat dan tussen de blaas en/of darm en de vagina wordt geplaatst.
De gynaecoloog kan verschillende van deze operaties tegelijkertijd doen. Een veel uitgevoerde operatie is bijvoorbeeld het optrekken van de baarmoeder in combinatie met een voorwandplastiek. Andere combinaties zijn ook mogelijk.
